‘Fabrieksbouwers vecht elkaar de tent niet uit, maar werk samen’

Auteur zonder afbeelding icoon
Bouw en Installatie Hub
17 maart 2026
3 min

In plaats van elkaar te bevechten zouden woningbouwers met een eigen fabriek meer moeten samenwerken. Dat zeggen drie bouw- en vastgoedexperts in de nieuwste aflevering van Bureau Stoer.

Ze reageren daarmee op uitspraken van Peter Hutten, ceo bij Van Wijnen, één van de eerste Nederlandse bouwers met een fabriek. In vakblad Cobouw  analyseerde hij dat de fabriek van BAM matig rendeert, vanwege het feit dat ze met hout bouwen en niet met beton.

“Onzin”, reageert Jan Willem van de Groep in de nieuwste aflevering van de podcast Bureau Stoer. Hij benadrukt dat het aantal woningen dat jaarlijks uit de fabriek van Van Wijnen komt, ook niet om over naar huis te schrijven is.

Luister hier naar de podcast:

De programmamanager van Building Balance roept bouwers met een fabriek op om samen te werken. Dat zou niet alleen goed zijn voor hun eigen productielijn, maar voor de hele Nederlandse woningbouw.

“Bij wie de bal ligt? Bij de 15 grootste bedrijven met een fabriek. Zij zouden samen moeten optrekken om uit te leggen aan beleidsmakers welke condities ze nodig hebben om op te kunnen schalen.” Van de Groep meent dat veel fabriekswoningen ‘stuklopen’ op lange procedures en vindt dat de overheid blaam treft.

Dramatisch voor de woningbouw

Dick van Ginkel, innovatiemanager bij TBI Woonlab, noemt de woorden van Hutten ‘niet zo sjiek’. Ook hij moedigt meer samenwerking aan. “In plaats daarvan houden de meeste fabrieksbouwers hun kaarten tegen de borst. Dat is onverstandig. Bouwbedrijven met fabrieken zouden juist meer moeten samenwerken en uitwisselbare bouwelementen moeten produceren, zoals in de auto-industrie al decennialang gebruikelijk is.”

“Meer samenwerken? Dat doen we al”, laat Mark Denslagen woordvoerder bij van Van Wijnen desgevraagd weten. Hij merkt op dat de bouwers al samen optrekken richting de overheid met partijen zoals Heijmans, VolkerWessels, Plegt-Vos en BAM. Hij vindt niet dat bouwbedrijven elkaar de tent uitvechten. Denslagen benadrukt dat Van Wijnen erg blij is met het aantal van 1032 opgeleverde fabriekswoningen in 2025. “Daarmee is een magische grens bereikt.”

Hoopvol over nieuwe minister VRO

In Bureau Stoer komen meerdere items voorbij. Zo maakt vastgoedexpert Nicole Maarsen zich zorgen over de ontwikkelingen rondom Vesteda. De woningbelegger ziet investeerders, goed voor samen 4 miljard euro, massaal uitstappen. “Dit is dramatisch voor de woningmarkt. Als je 15.000 woningen moet verkopen, omdat beleggers het niet meer zien zitten in Nederland, dan hebben we hier echt wel een probleem. Of dat leidt tot een lager woningbouwproductie? Ja. Om grote woningbouwprojecten naar ‘start bouw’ te brengen, heb institutioneel kapitaal nodig.”

Maarsen is goed te spreken over de opvolger van Mona Keijzer als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt O’ Sullivan. “Hoewel ze niet uit de sector komt, ben ik hoopvol. Het is iemand die wil luisteren en leren.”

Van de Groep sluit zich daarbij aan en weet Nederland de afgelopen decennia nooit een ministers van bouwen heeft gehad met vakkennis. “Stef Blok was boekhouder, Hugo de Jonge een bestuurder en ‘zelfs’ Eberhard van der Laan kwam van ‘buitenaf”. Hij was advocaat.”

“…Boekholt O’ Sullivan lijkt mij een uitermate verstandige vrouw. Volgens mij is ze goed in staat om snel dingen op te pikken. Echter is ze er wel karig van afgekomen in de begroting. Ze heeft namelijk bijna geen geld.”

Dit artikel is een beknopte weergave van de nieuwste aflevering van de podcast Bureau Stoer. De hele aflevering kun je hier terugluisteren.