‘Ouderen gaan gebukt onder te hete woningen, pas de bouwregels aan’

Auteur zonder afbeelding icoon
Bouw en Installatie Hub
19 oktober 2026
4 min

Er moet een landelijke subsidie komen op zonwering. En bij het verduurzamen van bestaande woningen moeten er standaard maatregelen worden getroffen tegen zomerhitte. Dat zorgt voor een gezond binnenklimaat en je hoeft minder actief te koelen, vindt de Coalitie Oververhitting, onderdeel van stichting Gezond Binnen.

Bij de verduurzaming van bestaande woningen moet er veel meer aandacht komen voor een gezond binnenklimaat. Om dat onder de aandacht te brengen heeft de Coalitie Oververhitting de Tweede Kamer met een petitie opgeroepen om het voorkomen van hittestress in gebouwen als beleidsdoel vast te leggen.

De urgentie is volgens de coalitie groot. Vooral kwetsbare groepen, zoals ouderen, lopen gezondheidsrisico’s door oplopende binnentemperaturen. Uit onderzoek van TNO blijkt dat de sterfte in Nederland tijdens hittegolven gemiddeld met 12 procent toeneemt, wat neerkomt op ongeveer 40 extra sterfgevallen per dag. Volgens de coalitie onderstrepen die cijfers het belang van preventieve maatregelen om gebouwen ook tijdens warme zomers leefbaar te houden.

Langzaam meer aandacht

Volgens Rob Daniëls, coördinator Technologie, Kwaliteit en Digitalisering bij brancheorganisatie VMRG, één van de partners van Gezond Binnen, is het belangrijk dat de bouwsector niet alleen kijkt naar het vasthouden van warmte, maar ook naar het buitenhouden ervan. Daniëls ziet dat het onderwerp langzaam meer aandacht krijgt. Toch is er volgens hem nog werk aan de winkel. “Op het moment dat je gaat verduurzamen en alleen naar de winterperiode kijkt, dus vooral naar de isolatiewaardes, maar niet naar het toenemende risico op oververhitting, ga je steeds meer klachten krijgen van bewoners.”

Voor nieuwbouwwoningen bestaat met de TOjuli-indicator al een eis om het risico op oververhitting te beperken. Maar volgens Daniëls functioneert die nog niet optimaal. Verbetering moet onder meer komen van een nieuwe bepalingsmethode die vanaf 2030 gebruikt gaat worden, legt hij uit. “Daarin wordt gerekend met toekomstige klimaatscenario’s en berekeningen op uurbasis. Dat moet een realistischer beeld geven van de warmte- en koudebehoefde in gebouwen.”

Zomerhitte meenemen nog niet vanzelfsprekend

De grootste zorg van de coalitie ligt echter bij de bestaande woningvoorraad. Daar worden woningen op grote schaal geïsoleerd en energiezuiniger gemaakt, terwijl maatregelen tegen zomerhitte nog lang niet altijd vanzelfsprekend worden meegenomen. “Als je gaat verduurzamen, moet je niet alleen naar die winterperiode, maar ook juist naar die zomerperiode gaan kijken”, benadrukt Daniëls. Hij ziet overigens wel dat woningcorporaties zich langzaam bewuster worden van deze problematiek en zomercomfort vaker meenemen in hun renovatieconcepten.

Ook wordt gewerkt aan een nieuwe NTA meetmethode Hitte in Woningen, waarmee oververhitting objectiever beoordeeld moet kunnen worden. Dat is volgens Daniëls hard nodig, omdat ook de Huurcommissie steeds meer klachten over te hoge binnentemperaturen ontvangt.

Eerst warmte weren, dan pas koelen

Een belangrijk uitgangspunt van de coalitie is de zogenoemde Ladder van Koeling. Dit instrument gaat ervan uit dat oververhitting zoveel mogelijk bij de bron moet worden voorkomen, voordat wordt overgegaan op actieve koeling. De ladder kent verschillende opeenvolgende stappen. Allereerst wordt gekeken naar de omgeving van het gebouw, waar groen en water kunnen bijdragen aan het beperken van hittestress.

Vervolgens draait het om het buitenhouden van zonnewarmte, bijvoorbeeld met buitenzonwering. De derde stap is het op natuurlijke wijze afvoeren van warmte, onder meer door ramen te openen of gebruik te maken van zomernachtventilatie. Pas wanneer deze maatregelen onvoldoende effect hebben, komt actieve koeling, met bijvoorbeeld een airconditioning of warmtepomp, in beeld.

Volgens Daniëls is vooral die volgorde belangrijk. Door eerst de warmtelast van een gebouw zoveel mogelijk te beperken, kan de behoefte aan actieve koeling worden teruggedrongen. In de praktijk gebeurt het volgens hem echter nog regelmatig andersom. “Wanneer een warme periode aanbreekt, grijpen bewoners relatief gemakkelijk naar een mobiele airco. Bouwkundige maatregelen vragen immers meer voorbereiding en hebben vaak een langere levertijd.”

Subsidies voor zonwering

Dat buitenzonwering daarin een belangrijke rol speelt, staat vast. Volgens onderzoek van TNO kan deze maatregel de binnentemperatuur met 5 tot 10 graden verlagen, afhankelijk van de woning en de omstandigheden. Vooral gevels op het oosten en westen verdienen aandacht, omdat de laagstaande zon daar ver naar binnen kan schijnen.

Daarbij is ook de bediening van belang. “Het is heel erg belangrijk dat maatregelen aan de ene kant aanwezig zijn, maar ook dat ze op de juiste manier gebruikt kunnen worden.” Slimme aansturing kan volgens hem voorkomen dat zonwering ongebruikt blijft op het moment dat bewoners overdag niet thuis zijn.

Naast strengere aandacht voor oververhitting in de regelgeving pleit de coalitie voor financiële stimulering. Een recent aangenomen Kamermotie om zonwering in subsidieregelingen op te nemen, biedt daarvoor aanknopingspunten.

Daniëls noemt onder meer de ISDE voor individuele woningeigenaren en de SVVE voor verenigingen van eigenaars. Sommige gemeenten subsidiëren zonwering al, maar de coalitie wil dat dergelijke ondersteuning landelijk beschikbaar komt.

Maar met alleen nieuwe regels en subsidies is de coalitie er nog niet. Volgens Daniëls moet het voorkomen van oververhitting een vanzelfsprekend onderdeel worden van het ontwerp- en renovatieproces. “Dat vraagt om bewustwording bij alle betrokken partijen, van woningcorporaties tot ontwerpers en installateurs. Niet pas nadenken over koeling wanneer een gebouw te warm wordt, maar vanaf de ontwerpfase al zorgen dat de warmte zoveel mogelijk buiten blijft.”