De mythe van bovenwettelijke eisen

Auteur zonder afbeelding icoon
Bouw en Installatie Hub
27 maart 2026
4 min

Het afspreken van een gemeenschappelijke taal wordt al snel gelezen als het opleggen van nieuwe normen, ziet Jan Willem van de Groep in deze Zichtlijnen. Alsof het verbeteren van een meetinstrument automatisch een voorbode is van strengere eisen,

In de bouw praten we opvallend vaak langs elkaar heen, juist op de momenten dat er behoefte is aan duidelijkheid waarmee we vooruit kunnen. Dat ligt zelden aan onwil of onkunde. Het zit dieper.

Het zit in taal die schuurt, in rollen die door elkaar lopen en in de reflex om technische keuzes onmiddellijk politiek te laden. Opvallend is dat discussies vaak vastlopen vóórdat ze echt inhoudelijk worden. Het gesprek ontspoort al op het moment dat we het eens proberen te worden over de spelregels. Dat is geen toeval, maar het gevolg van een hardnekkige misvatting die op meerdere plekken tegelijk opspeelt.

Eén misvatting, twee arena’s

Die misvatting doet zich onder meer voor in twee verschillende arena’s waar ik vaak midden in zit. Ze heeft steeds dezelfde bron. Aan de ene kant gaat het over het normaliseren van meten en rekenen via bepalingsmethoden. Whole Life Carbon, MPG en de energieprestatieberekening zijn manieren om eenduidig vast te stellen wat we meten en hoe we resultaten vergelijken. Aan de andere kant gaat het over het normaliseren van handelen. Wat mogen gemeenten doen met die informatie, en hoe sturen zij via programmering en inkoop op publieke doelen.

In beide arena’s wordt het afspreken van een gemeenschappelijke taal al snel gelezen als het opleggen van nieuwe normen. Alsof het verbeteren van een meetinstrument automatisch een voorbode is van strengere eisen, en alsof het gebruiken van informatie in publieke keuzes gelijkstaat aan het stellen van bovenwettelijke verplichtingen. Zolang die verwarring blijft bestaan, lopen we technisch én bestuurlijk vast.

Meten is nog geen sturen

Levenscyclusdenken heeft de afgelopen jaren veel gebracht. Het dwingt ontwerpers, opdrachtgevers en fabrikanten om verder te kijken dan stichtingskosten. Het maakt zichtbaar waar milieueffecten werkelijk ontstaan en voorkomt dat we optimaliseren op één aspect terwijl we elders schade veroorzaken. In die zin verruimt het de blik. Maar een bepalingsmethode is geen beleidsdoel. Het is grammatica. Je spreekt af hoe je meet en rekent, zodat vergelijkingen betekenis krijgen. Het hebben van een Whole Life Carbon berekening betekent nog niet dat er gestuurd wordt. Het is hooguit een randvoorwaarde om überhaupt zinvol te kunnen sturen.

Toch wordt precies daar vaak de spanning gevoeld. Zodra een methode scherper wordt, ontstaat de angst dat er morgen een norm volgt. Normaliseren wordt ervaren als dreiging, terwijl de politieke keuze pas daarna komt. Waarop wil je sturen. In welk tempo. Met welk doel. En op welk schaalniveau.

Kiezen is geen bovenwettelijk opleggen

Dezelfde misvatting duikt op in de bestuurlijke praktijk. Veel gemeenten willen geen hogere eisen stellen dan wettelijk is toegestaan. Ze willen betere keuzes kunnen maken. Ze willen kwaliteit selecteren, ambities vooraf programmeren en publieke middelen doelgericht inzetten. Dat is geen normverzwaring, maar normaal opdrachtgeverschap.

Toch wordt zelfs dat steeds vaker geframed als bovenwettelijk. Die kramp is inmiddels ook politiek zichtbaar. In het regeerakkoord wordt het stellen van zogenoemde bovenwettelijke eisen gepresenteerd als een probleem voor tempo en betaalbaarheid. Maar niet elke vorm van sturen is een extra norm, en niet elke norm leidt automatisch tot vertraging. Het opleggen van extra verplichtingen is iets anders dan het selecteren van kwaliteit binnen bestaande regels. Het aanscherpen van een prestatie-eis is iets anders dan het gebruiken van een bepalingsmethode om varianten te vergelijken. En publieke sturing is iets anders dan willekeur.

Oplossing

Wat hier wringt, is niet een gebrek aan instrumenten. Het is een gebrek aan ordening. We meten alsof we al sturen. We sturen alsof we normen opleggen. En we wantrouwen publieke keuzes omdat we taalverwarring niet oplossen. Misschien is dit het moment om de volgorde te herstellen. Eerst normaliseren, zodat we weten wat we bedoelen en waar we over praten. Daarna het politieke debat voeren over prestatieniveaus, timing en ambitie. En ondertussen handelen waar dat kan, met de instrumenten die publieke partijen al hebben.

Eerst normaliseren. Dan normeren. En vooral weten wanneer we meten en wanneer we sturen.

Dit artikel is geschreven door Jan Willem van de Groep, programmamaker, toekomstdenker en publicist. In zijn rubriek Zichtlijnen geeft hij zijn visie op de grote lijnen in de bouw.