Schaarste gaat niet weg. Er komt alleen maar meer en nieuwe schaarste, stelt Jan Willem van de Groep in deze Zichtlijnen. “Dus moeten we stoppen met het bestrijden van symptomen in de hoop dat de oude wereld terugkeert.” We moeten keuzes maken, ook al zijn die pijnlijk.
Nederland praat over tekorten alsof het de file voor de kassa is: even wachten, dan komt de doorstroom vanzelf weer op gang.
Te weinig woningen? Bouwen.
Te weinig netcapaciteit? Kabels graven.
Te weinig stikstofruimte? Salderen.
Te weinig drinkwater? Oppompen.
Te weinig vakmensen? Opleiden.
Te weinig geld? Minder kwaliteit.
Het is een begrijpelijke reflex. Maar ook een reflex die ons blind maakt voor de werkelijkheid waarin we inmiddels leven. Tekorten zijn geen tijdelijke verstoringen meer, maar blijven structureel onderdeel van een complexe samenleving. We zijn voorbij het punt waarop alles oplosbaar is binnen het bestaande systeem.
De vraag is dus niet langer: hoe lossen we dit op? Maar steeds vaker: waar willen we onze schaarse capaciteit eigenlijk aan besteden? Dat is geen technische vraag, maar vooral een politieke.
Zolang we schaarste framen als een oplosbaar probleem, hoeven we die keuzes niet expliciet te maken. Dan laten we de uitkomst bepalen door toeval, positie of wie het systeem het beste weet te bespelen. Dat lijkt neutraal, maar is feitelijk blind alloceren. Het berust niet op ordening, maar op toeval.
Die spanning zien we onder meer bij stikstof, water en ruimte. Kiezen we voor een datacenter of een woonwijk? Voor intensieve landbouw of natuurherstel? Voor extra bedrijventerrein of waterberging? Het ongemak zit niet alleen in het tekort zelf, maar vooral in het ontbreken van expliciete prioritering.
Ook in de bouw houden we die illusie in stand. We roepen om meer vakmensen, terwijl we vasthouden aan processen die arbeidsintensief, projectmatig en foutgevoelig zijn. Industrialisatie, standaardisatie en prefab zijn geen innovaties voor de bühne, maar noodzakelijke stappen om minder afhankelijk te worden van een krimpende arbeidsmarkt en steeds dunner wordende marges.
Netcongestie laat zien hoe dubbelzinnig dit wordt. Maatschappelijk prioriteren kan nodig zijn wanneer het net vol zit, maar het mag geen excuus worden om de spelregels van het bestaande systeem ongemoeid te laten. Er zijn zeer effectieve oplossingen die helaas niet passen binnen het bestaande systeem?
Bij stikstof komt die vraag straks misschien nog scherper terug. Als het lukt om een deel van de impasse te doorbreken, ontstaat niet automatisch ruimte voor alles. Dan begint pas de echte keuze: gebruiken we de vrijgekomen ruimte om oude patronen te verlengen, of om maatschappelijke opgaven te versnellen? Woningbouw, natuurherstel, landbouwtransitie, infrastructuur en industrie zullen niet allemaal tegelijk dezelfde ruimte kunnen claimen.
En dat is waar het organiseren van schaarste om draait: keuzes expliciet maken, capaciteit bewust toedelen en systemen ontwerpen die tegen grenzen kunnen, in plaats van erdoor verrast te worden.
De echte vraag voor de komende jaren is daarom niet: krijgen we dit project nog net vergund? De echte vraag is: bouwen we een systeem dat bestand is tegen de volgende schaarste? Want die volgende grens komt. Dat weten we inmiddels zeker.
We moeten dus stoppen met het bestrijden van symptomen in de hoop dat de oude wereld terugkeert. Schaarste is geen tijdelijk probleem meer dat we wegorganiseren met techniek. Het is een permanente conditie die vraagt om richting. Niet kiezen is ook kiezen. Alleen is dat meestal de keuze voor stilstand, willekeur en uiteindelijk het slot op de deur.
