David van Duffelen heeft met zijn bedrijf Circq inmiddels een aardig assortiment van bouwproducten die vrijwel volledig circulair zijn. Ze doen niet onder voor nieuwe producten en ook de prijs is vergelijkbaar.
Bij het slopen van panden wordt nog steeds heel veel materiaal weggegooid dat nog prima te gebruiken is. Maar dat los je niet op door het alleen te verzamelen en op te slaan. Voor het materiaal opnieuw gebruikt kan worden, moet je er producten van maken die je in de markt kunt zetten. Bovendien moet de prijs goed zijn. David van Duffelen weet de markt steeds beter te vinden. “Het stemt me vrolijk dat de belangstelling voor circulaire bouwproducten groeit.”
David, waarom ben je met Circq begonnen?
“Ik heb heel lang in de financiële wereld gewerkt, maar haalde daar geen plezier meer uit. Ik wilde iets anders, iets nuttigs, iets met impact. Ik sprak daar met mensen over en toen gebeurde er iets moois. Een bevriende sloper zei dat er heel veel materiaal na het sloopproces worden weggegooid, waarop een vriend met een groothandel in bouwmaterialen opperde om daar iets mee te doen: ‘afval’ uit slooppanden redden, behandelen en geschikt maken voor hergebruik. Met dat idee, en input van die beide vrienden, ben ik aan de slag gegaan.
Hoe heb je dat aangepakt?
“Vooral rustig aan. Ik laat het bedrijf organisch groeien zodat we onszelf niet voorbij rennen of verliezen. Dat betekent dat ik eerst wilde laten zien wat we kunnen, en dat is van gebruikte bouwmaterialen iets moois maken. Dat heb ik in de markt gezet, en tegelijkertijd heb ik contact gelegd met tal van mogelijke partners, waaronder slopers, bewerkers en afnemers. Zij hebben deels meegedacht over de productontwikkeling. Samen met onze partners halen we materialen uit gebouwen die gesloopt of gerenoveerd worden. Wij nemen die materialen in, refurbishen ze, en zorgen dat ze als circulair product weer in de bouw verwerkt worden.”
Is er vraag?
“Jazeker, maar die vraag moet nog wel groeien. Hij ontstaat vanuit de voorschrijvende partijen zoals architecten, aannemers en ontwerpers, maar niet zozeer bij degenen die de materialen verwerken. Zij werken over het algemeen graag met spullen die ze kennen. Het duurt dus wel even voor circulaire materialen een plek hebben veroverd, zeker in de traditionele bouw gaat dat niet vanzelf. Daar heb ik me wel wat op verkeken, eerlijk gezegd. Verder is het zo dat in negen van de tien gevallen de prijs onder de streep de doorslag geeft. Circulaire materialen worden vaak gezien als duurder en ik zorg er daarom heel bewust voor dat ons prijspeil zich kan meten met nieuwe producten. Zo hoop ik zelf de keuze voor klanten wat makkelijker te maken.”
Wat lever je nu, en hoe breid je het assortiment uit?
“We hebben nu plafondpanelen, akoestische eilanden, plafond- en wandpanelen, systeemwanden, gips en isolatiemateriaal. Aanvankelijk richtten we ons op de afbouwsector. We leverden circulaire materialen voor het inrichten van ruimtes, zoals plafond- en wandpanelen. Nu architecten ons wat beter weten te vinden, krijgen we ook vraag naar andere producten, bijvoorbeeld circulair hout voor aan de gevel. Dat bedoel ik dus met organisch groeien. We deden nog niets met hout voor buitentoepassingen, maar als er zo’n vraag komt, ga ik op zoek in mijn netwerk. Misschien blijft het vervolgens bij een eenmalige levering, maar het kan ook zo verlopen dat een contact uitgroeit tot een partnerschap. En dat we circulair hout voor aan de gevel, of iets anders, dan aan onze productenrange kunnen toevoegen.”
Je moet de producten natuurlijk certificeren?
“Dat klopt. We doorlopen dat proces voor de verschillende producten na elkaar. Ook hebben we milieucertificaten laten opstellen, waarbij nu voor drie producten de complete Life Cycle Analysis (LCA) is uitgevoerd. Die zijn vervolgens geregistreerd in de nationale milieudatabase (NMD). Het gebruik van circulaire producten beïnvloedt het energielabel van een woning of gebouw. Het beïnvloedt ook de MKI-waardes, die iets zeggen over de prijs in euro’s van de milieu impact van de materialen.”
Hoe kan het nòg beter qua circulair bouwen?
“Als de overheid een rol gaat pakken in het verduurzamen van de bouw. Dat kan door voor te schrijven dat er een bepaald percentage aan materialen circulair moet zijn, of door de CO₂-impact als leidraad te nemen. Ik verwacht dat de overheid in eerste instantie eisen opstelt voor haar eigen vastgoed en in een latere fase regelgeving voor de bouwsector ontwikkelt. Een CO2-belasting op nieuwe bouwmaterialen zou bijvoorbeeld een flinke stap in de goede richting zijn.”
Doe je ook aan kennisdeling?
“Ik krijg veel interviewverzoeken van studenten die bezig zijn met onderzoek naar de circulaire markt. Die is heel anders dan de lineaire markt, en daarom leg ik altijd uit hoe ons bedrijfsmodel in elkaar zit en hoe wij werken. In mijn netwerk zitten partijen die bij Cirkelstad zijn aangesloten. Dat is een landelijke coöperatie die zich inzet voor steden zonder afval, en die een circulaire en inclusieve bouweconomie wil creëren Met die partijen deel ik onder andere kennis over bedrijfsprocessen.”
Wat staat er in de (nabije) toekomst op stapel?
“Ik ben uitgenodigd om bij het Rijksvastgoedbedrijf een presentatie te geven. Dat gebeurde op voorspraak van een aantal mensen die al met onze producten werken, en die hun collega’s willen enthousiasmeren. Ik kijk daar enorm naar uit. Dat hoort-zegt-het-voort effect is heel belangrijk. Daarom wil ik ook meer gaan doen aan promotie, referenties op de website en noem maar op. Want er zijn al veel projecten gerealiseerd. Twee mooie voorbeelden: recent paste BAM wandpanelen toe bij een woningrenovatie project in Capelle aan den IJssel, en bij het kantoor van Sociaal Advocaten Rotterdam zijn systeemwanden verwerkt.”
Heb je plezier in je werk nu?
“Haha, ja absoluut. We zijn nog klein, dus ik doe heel veel zelf. Ik houd me bezig met productontwikkeling, overleg met leveranciers, bewerkers en klanten, zorg dat er referenties op de site komen te staan, en noem maar op. Het voelt goed dat ik met Circq bijdraag aan een duurzamere (bouw)wereld.”
Over Vrolijk Bouwnieuws
De wereld is al somber genoeg, dus vragen we onze lezers waar ze vrolijk van worden. In de rubriek Vrolijk Bouwnieuws vertellen ze zelf waarom ze enthousiast worden van een project, een stuk gereedschap of een manier van werken. Het maakt niet uit, zolang het zelfs een druilerige dinsdagochtend wat lichter maakt.
Wil je jouw vrolijk bouwnieuws ook onder de aandacht brengen? Mail de redactie
Lees ook
-
t
- In 2026 spreken we niet meer over duurzaam en circulair
- Een ongemakkelijke waarheid: groeiende bouw kan onmogelijk circulair zijn
t
