Woningbouwers met een eigen fabriek zouden meer moeten samenwerken. Dat zeggen drie bouw- en vastgoedexperts in de nieuwste aflevering van Bureau Stoer. “Iedereen houdt de kaarten tegen de borst.”
Nederlandse woningbouwfabrieken schieten als paddenstoelen uit de grond. Echt lekker renderen doen ze niet, het aanbod is kortweg groter dan de huidige vraag naar fabriekswoningen. Jan Willem van de Groep, programmamanager van Building Balance roept bouwers met een fabriek op om samen te werken. Dat zou niet alleen goed zijn voor hun eigen productielijn, maar voor de hele Nederlandse woningbouw.
“Bij wie de bal ligt? Bij de 15 grootste bedrijven met een fabriek. Zij zouden samen moeten optrekken om uit te leggen aan beleidsmakers welke condities ze nodig hebben om op te kunnen schalen.” Van de Groep meent dat veel fabriekswoningen ‘stuklopen’ op lange procedures en vindt dat de overheid blaam treft.
Dramatisch voor de woningbouw
Dick van Ginkel, innovatiemanager bij TBI Woonlab, vindt dat ook de sector zelf aan de bak moet: “De meeste fabrieksbouwers houden hun kaarten tegen de borst. Dat is onverstandig. Bouwbedrijven met fabrieken zouden juist meer moeten samenwerken en uitwisselbare bouwelementen moeten produceren.”
Vastgoedexpert Nicole Maarsen vindt dat Nederland trots mag zijn op het aantal woningbouwfabrieken. Zij denkt dat een hoop winst te boeken valt door datagedreven te werken. “Die projecten zou je willen belonen met subsidies.”
Maarsen maakt zich overigens grote zorgen over het het nieuwsfeit dat belegger Vesteda massaal investeerders ziet uitstappen met ruim 4 miljard euro aan terugbetalingsverzoeken. “Dit is echt wel dramatisch voor de woningmarkt. Als je 15.000 woningen moet verkopen, omdat beleggers het niet meer zien zitten in Nederland, dan hebben we hier echt wel een probleem. Of dat leidt tot een lager woningbouwproductie? Ja. Om grote woningbouwprojecten naar ‘start bouw’ te brengen, heb institutioneel kapitaal nodig.”
Hoopvol over nieuwe minister VRO
Maarsen is beter te spreken over de opvolger van Mona Keijzer als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt O’ Sullivan. “Hoewel ze niet uit de sector komt, ben ik hoopvol. Van wat ik van haar hoor en zie, is dat ze wil luisteren en leren.”
Van de Groep sluit zich daarbij aan. Hij wijst op het feit dat Nederland de afgelopen decennia zelden ministers van bouwen heeft gehad met vakkennis. “Stef Blok was boekhouder, Hugo de Jonge een bestuurder en ‘zelfs’ Eberhard van der Laan kwam van ‘buitenaf”. Hij was advocaat.”
“…Boekholt O’ Sullivan lijkt mij een uitermate verstandige vrouw. Volgens mij is ze goed in staat om snel dingen op te pikken. Echter is ze er wel karig van afgekomen in de begroting. Ze heeft namelijk bijna geen geld.”
Dit artikel is een zeer beknopte weergave van de nieuwste aflevering van de podcast Bureau Stoer. De hele aflevering kun je hier terugluisteren.
