'Centrale maatvoering is een must' Tekst: Marion de Graaff;Tekstbureau ’t Kofschip. Beeld: PelserHartman.

In de bouw nam iedereen tot voor kort zelf de maat voor het onderdeel waar hij voor was aangenomen. De architect digitaliseert archieftekeningen, aannemer doet het uitzetwerk, de kozijnen werden gemeten door de timmerman en de installateur bepaalde met behulp van zijn duimstok waar hij zijn leidingen zou leggen, en ga zo maar door.

‘Die manier leverde allerlei losse metingen op, maar het verband ontbrak,’ zegt meetexpert Jeroen Pelser van PelserHartman, het ingenieursbureau dat met behulp van innovatieve meettechnieken gebouwen, installaties en objecten in kaart brengt. Pelser is ook docent centrale maatvoering op de postbachelor opleiding BIM engineer aan de Avans+ Hogeschool.

Minder vertraging, minder faalkosten

‘Als twee aannemers, timmermannen of installateurs hetzelfde onderdeel gingen meten’, vertelt Pelser, ‘dan kwamen daar bijna nooit dezelfde getallen uit. Daarom is centrale maatvoering een must. Als je dat hanteert, dan gaat iedereen op het project van dezelfde maten uit, met als gevolg: minder vertraging en minder faalkosten. Meten als beroep is begonnen met de landmeters van vroeger. Zij liepen buiten met een theodoliet, wat je kunt beschouwen als de voorloper van de huidige total station. Met zo’n total station leg je - net als bij handmatig meten - een beperkt aantal punten vast die als uitgangspunt dienen voor een schematische tekening.’

Twee miljoen punten per seconde

‘Vandaag de dag wordt gemeten met geavanceerde laserscanners die twee miljoen punten per seconde vastleggen binnen een straal van driehonderd meter. Daarmee wordt alles snel en volledig ingemeten, en eigenlijk leg je met zo’n apparaat data vast voor iedereen.’ Pelser illustreert dat met een anekdote: ‘We waren eens in een gebouw aan het meten met een high-end laserscanner. Er kroop iemand met een meetlint zo ongeveer onder het apparaat door. Ik zei: wat ben jij aan het doen? Hij: ik neem de maten op, want ik moet hier straks een houten vloer leggen. Hij zou daar nog wel een paar uur mee bezig zijn, dacht hij, en daarna zou hij dan nog een dag bezig zijn om mallen te maken. Stop maar, zei ik en klopte op de scanner; hier zit alles al in, en meer. Ik stuur je straks de pointcloud toe. Je had z’n gezicht moeten zien.’ Pelser benadrukt dat scannen een vak is: ‘Er komt nogal wat bij kijken, zoals het bepalen van het meetpunt, het interpreteren van de gegevens, en het verwerken van de informatie.’ 

Digitale tekening aan de hand van meetgegevens van het Museum Boymans van Beuningen.

Schone lei

Bij een renovatie of herbestemming van een gebouw is het nu nog gebruikelijk dat een architect de bestaande tekeningen opvraagt bij een stadsarchief. Pelser: ‘Dat lijkt logisch, maar is eigenlijk heel tricky. Het komt namelijk zelden tot nooit voor dat de situatie op de archieftekening overeen komt met de toestand van het gebouw op dat moment. Er zijn in de loop van de jaren altijd aanpassingen geweest. Mensen verbouwen vaak en veel. Er is een muur weggehaald, een aanbouw gerealiseerd, en noem maar op. Als je archieftekeningen als startpunt neemt, begin je dus met een enorme achterstand die je later in het bouwproces moet  zien te actualiseren. Ga er maar aan staan, dat vergt uren van meten en rekenen. Begin dus met een schone lei en laat het gebouw 3D inmeten door een professionele partij. Door direct van de juiste maten in een 3D-model uit te gaan, bespaar je heel veel tijd, en dus geld.’

Wet Kwaliteitsborging

‘Een ander gevaar van het werken met tekeningen van de bestaande situatie is dat ze vaak veel te lang in het bouwproces blijven bestaan en niet tussentijds geactualiseerd worden’, zegt Pelser. ‘Het zijn schematische voorstellingen van de werkelijkheid, en die werkelijkheid verandert gaandeweg de bouw. Met een laserscanner sla je meerdere vliegen in één klap. De volledigheid en de snelheid heb ik al genoemd. Een ander belangrijk punt is dat je meteen voldoet aan de Wet Kwaliteitsborging. Op de scans is namelijk precies te zien wat er tijdens de verschillende bouwfases is gebeurd. Scan dus bij voorkeur op verschillende momenten, bijvoorbeeld voor aanvang van de werkzaamheden, na het strippen, na de ruwbouw, na de afbouw, en bij de oplevering. Dat levert alle meetgegevens op die nodig zijn, niet alleen ter controle tijdens de bouw maar ook als bewijsmateriaal achteraf.’

Ook interessant