Tekort installateurs vertraagt verduurzaming van de stad

Het vinden van een installateur wordt steeds moeilijker, vooral in de grote steden. Inmiddels is 30 procent van de vacatures in de installatiesector onvervulbaar. Dat is hoger dan voor de corona-uitbraak en hoger dan in de bouwsector en industrie. Het capaciteitsgebrek heeft tot gevolg dat de verduurzaming van woningen en andere gebouwen grote vertraging kan oplopen.

Het grote tekort blijkt uit data van de arbeidsmarktindicator van ABN AMRO over de installatiesector. Deze indicator brengt de onvervulbare vacatures per gemeente en per beroep in kaart op basis van de reisafstand die werkzoekenden bereid zijn af te leggen in combinatie met het beroep dat zij zoeken. Hiervoor zijn gegevens gebruikt van Werk.nl, de website van het UWV.

Het aandeel onvervulbare vacatures in de installatiesector is veel hoger dan in aanverwante sectoren zoals de bouw (23 procent) en de industrie (15 procent). In de zomer van 2020 lag de arbeidskrapte in de installatiebranche rond de 11 procent en was op dat moment vergelijkbaar met die in de bouwsector. Het aandeel onvervulbare vacatures verdubbelde sindsdien in de bouwsector, maar verdrievoudigde voor de installatiebranche. Dat tekort aan installateurs heeft een drukkend effect op het tempo waarin huizen en ander gebouwen worden verduurzaamd. Energieleverancier Essent waarschuwde al in 2019 en in 2020 hiervoor. Installateurs hebben immers specifieke kennis en vaardigheden die nodig zijn bij de installatie van warmtepompen, zonnepanelen en andere energiezuinige of -positieve installaties.

Arbeidstekort nijpender voor sommige functies

Binnen de installatiesector zijn grote verschillen in arbeidskrapte naar type functie. In absolute aantallen is de vraag naar installatiemonteurs voor dakwerk, sanitair, verwarming, gas- en waterleidingen (verder ‘werktuigbouwkundig installatiemonteur’) het hoogst. Landelijk zijn 773 vacatures onvervulbaar voor dit type werk, op een totaal van 2.533 openstaande vacatures voor werktuigbouwkundig installatiemonteur. Dit wordt gevolgd door de vacatures voor monteur elektrische installaties, waar 687 van de 3.817 vacatures onvervulbaar zijn. Wel is het aandeel onvervulbare vacatures voor deze functie – met 18 procent – relatief laag in vergelijking met andere functies.

Het aandeel onvervulbare vacatures ten opzichte van het totaal aantal vacatures is het hoogst bij keukenmonteurs en rolluik- en zonweringinstallateurs met respectievelijk 63 en 55 procent. Dit komt mede doordat veel particulieren in de coronaperiode besloten om hun huis te verbouwen. Ook voor koeltechnische monteurs (52 procent) en werkvoorbereiders installatietechniek (51 procent) is meer dan de helft van de vacatures onvervulbaar. Het aandeel is het laagst bij projectleiders installatietechniek en monteurs meet- en regeltechniek met respectievelijk 3 en 4 procent.

Groot tekort in gemeentes met datacenters en veel inwoners

Door de onevenwichtige geografische verdeling van installatiebedrijven en van (potentiële) werknemers is in sommige gemeenten het aantal en aandeel onvervulbare vacatures veel hoger dan in andere plaatsen. Het aandeel onvervulbare vacatures is vaak het hoogst in de grotere gemeentes. Dat valt op te maken door te kijken naar de twee type functies waar in absolute zin de meeste vacatures voor uitstaan.

Voor de functie werktuigbouwkundig installatiemonteur is het aandeel onvervulbare vacatures in Ede, Lelystad, Almere, Amsterdam en Utrecht meer dan vier op de vijf vacatures. Voor de functie monteur elektrische installaties geldt dat voor Lelystad en Zwolle, terwijl in Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam meer dan de helft voor deze type vacatures onvervulbaar zijn. Dit betreffen allemaal gemeentes met meer dan 100.000 inwoners. Dit tekort in de grotere steden is het gevolg van het grote aantal gebouwen in de stad, waar zowel onderhoud als verduurzaming nodig is. Ook stijgt het aantal installaties in gebouwen, rapporteert Techniek NL. Bovendien vindt de meeste nieuwbouw in deze steden plaats. Tegelijkertijd wonen er waarschijnlijk relatief weinig installateurs in de grotere steden als gevolg van hogere woonlasten.   Ook in enkele kleinere gemeentes is het aandeel onvervulbare vacatures hoog als gevolg van de vestiging van specifieke diensten waarbij installateurs een belangrijke rol vervullen. Zo zijn in de gemeentes Den Helder, Schagen en Hollands Kroon, alle drie gelegen in het noorden van Noord-Holland, meer dan twee op de drie vacatures voor monteur elektrische installaties onvervulbaar. De grote vraag naar dit type personeel is waarschijnlijk het gevolg van de recente oplevering van grote datacenters van Google en Microsoft en de bouw van het grootste Nederlandse windmolenpark nabij Middenmeer, gelegen in de gemeente Hollands Kroon.

Iets meer aanbod

Hoopvol is dat het aantal werkzame personen in de installatiesector recent weer groeit na een jarenlange daling. In de vijf jaar tot 2014 daalde het aantal werkzame personen in de installatiesector met 14.000 naar 124.000. Dat was een gevolg van de financiële crisis die in 2008 begon. Sinds 2014 stijgt het aantal installateurs weer en 2019 was het eerste jaar dat het aantal werkzame personen weer hoger ligt dan in 2009, namelijk 142.200. Daaronder zijn 500 tot 600 statushouders, tweete Doekle Terpstra, voorzitter van de branchevereniging Techniek NL.

Zorgelijk blijft dat na 2005 het aantal leerlingen dat koos voor een technische opleiding sterk is gedaald, zoals blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau KBA Nijmegen. Na het schooljaar 2015/2016 is hier wel een kentering in gekomen, maar in het schooljaar 2017/2019 was het aantal leerlingen nog altijd de helft van het jaar 2005/2006.

Betere verbindingen en meer zij-instromers

Vanwege de stijgende arbeidskrapte in de installatiesector moeten installatiebedrijven creatieve oplossingen vinden om personeel aan zich te binden. Daarbij moeten ze ook rekening houden met de geografische dimensie, aangezien met name in de grotere gemeentes de tekorten het grootst zijn. Het aantrekken van zij-instromers kan zorgen voor een groei in het aantal installateurs. Het creëren van een prettige werkomgeving kan zorgen voor meer zij-instromers, die dan bovendien relatief lang in de sector werkzaam blijven.

Zo onderscheidt installatiebedrijf Verspeek zich door personeel op een informele wijze te benaderen. Als een nieuw personeelslid start bij Verspreek wordt deze ‘overstap’ op de website aangekondigd middels een ‘Transfer nieuws!’-bericht, waarin de directeur de kwaliteiten benoemd van hun ‘talent’. Dit doet denken aan het transfernieuws van professionele voetbalclubs.

Ook het opleiden van personeel dat nu nog werkzaam is in andere sectoren is een oplossing voor het bestrijden van de tekorten. Zo startte Koeltechnisch bureau IJskoud uit Amsterdam in 2019 een eigen opleidingsprogramma om nieuw personeel van buiten de branche aan te trekken. Bij de eerste lichting zitten ook vier Syrische vluchtelingen. Aangezien het tekort het grootst is in grotere gemeenten is het raadzaam dat werkgevers uit de installatiebranche zich richten op werknemers die voornamelijk in de stad actief zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor medewerkers van winkels in de non-food, waaraan de behoefte tanende is als gevolg van de stijgende verkopen via internet.

De installatiesector moet ook kijken of een verschuiving tussen functies mogelijk is. Voor de functie monteur meet- en regeltechniek is het tekort beperkt, terwijl aan andere functies binnen de branche grote behoefte is. Dit type installateurs kan bijvoorbeeld worden opgeleid naar bijvoorbeeld koeltechnisch monteur waar het tekort veel nijpender is.

Een betere verbinding tussen steden en omliggende plaatsen kan het tekort aan installateurs ook verminderen. Personeelstekorten worden mede veroorzaakt doordat personeel een beperkte reisbereidheid heeft. Door de reistijd te verkorten tussen woon- en werkplaats zullen potentiële werknemers bereid zijn verder te reizen. Hier ligt een rol voor de overheid om te investeren in betere verbindingen tussen steden en nabijgelegen gemeenten via het openbaar vervoer, de fiets en de auto.

Naast oplossingen van geografische aard zijn ook andere oplossingen mogelijk, zoals het verhogen van de productie per werknemer. Dat kan bijvoorbeeld door het werk efficiënter in te richten. Dit gebeurt bijvoorbeeld door standaard-installaties als prefab-element te plaatsen in nieuwbouwwoningen. Ook kan een installatiebedrijf ervoor kiezen om bepaalde werkzaamheden uit te besteden aan derden. De kerntaken kunnen dan wellicht efficiënter uitgevoerd worden. Sowieso kan het slim zijn voor bedrijven om selectief opdrachten aan te nemen. Daarmee kan meer aandacht komen voor dat werk waarin het installatiebedrijf het meest in excelleert.

Veel installatiebedrijven proberen het tekort weg te werken door extra personeel in te kopen. Dit doen ze bijvoorbeeld door personeel van andere installatiebedrijven met hoger loon naar binnen te trekken. Hoewel deze oplossing vanuit het individuele bedrijf begrijpelijk is, zorgt het er alleen maar voor dat de sector als geheel meer kosten maakt. Daarnaast doen veel installatiebedrijven overnames, onder andere om het personeelsbestand verder uit te breiden, maar ook dit zet voor de sector als geheel niet onmiddellijk zoden aan de dijk. Hier schreef ABN AMRO eerder deze analyse over.

Het is belangrijk dat installatiebedrijven zoeken naar een van de creatieve oplossingen hierboven. Anders kan het aandeel van 30 procent onvervulbare vacatures nog veel verder oplopen. 

Ook interessant