Laat de belofte van jaarlijks 100.000 nieuwe woningen los en kijk als bouwsector veel verder vooruit. Dat advies krijgt het nieuwe kabinet van Rijksbouwmeester Francesco Veenstra, die momenteel een visie op de volkshuisvesting uitwerkt. “Bouwen is nog te veel een daad van stenen stapelen.”
“Een eretitel?” Francesco Veenstra, nog eventjes Rijksbouwmeester, laat de vraag even op zich inwerken, floept er daarna wat zinnen uit om vervolgens als een nuchtere Fries te antwoorden: “Het is gewoon een baan.” We spreken hem in restaurant Speys van de Jaarbeurs.
U bent hét boegbeeld van de ontwerpsector. De ‘bondscoach’ van de Nederlandse gebouwde omgeving. Draagt u dat ambt met lood in de schoenen?
“Nou, nee… Dat zou ook niet helpen. Ik werk aan zoveel verschillende dossiers. Ik moet juist heel snel kunnen lopen.”
Kunt u snel lopen?
“Nou, ik ben wel een hardloper, dus ja ik kan snel lopen. Maar eerlijk gezegd worden mijn tijden wel steeds iets langzamer.”
Sinds uw aanstelling in 2021 zijn het best turbulente tijden…
“Er is inderdaad veel gebeurd… Ik start nu bijna aan mijn vierde minister (Raymond Knops, Hugo de Jonge, Mona Keijzer, red) op het dossier wonen en ruimtelijke ordening. Dat is best bijzonder.”
Heeft u een favoriete minister?
“Nee. Als Rijksbouwmeester moet ik met iedereen goed kunnen samenwerken. Van bouwvakker tot minister. Daarmee dien ik het algemeen maatschappelijk belang.”
Er is een flink woningtekort, maar ook op het gebied van klimaat, stikstof en biodiversiteit is er van alles aan de hand. Hoe kijkt u daarnaar?
“In de bouwsector gaat het heel snel over het ‘wat’. We hebben het over woningen en over infrastructuur, alsof de opgave een kwestie van stenen stapelen is. Het zou veel meer moeten gaan over het bouwen aan samenlevingen. Dat klinkt best weinig concreet, hè? Want wat is dat nou, bouwen aan samenlevingen?”
Nou?
“Als bouw- en ontwerpsector moeten we condities creëren die ervoor zorgen dat mensen zich kunnen ontwikkelen en veilig voelen. Wij moeten kortweg de samenleving weerbaar maken. In het debat, vooral in de bouw, is daar best weinig aandacht voor. Ik denk omdat de bouwsector van nature gewend is om daadkrachtig op te treden. En zodra een project van start gaat, is alles gericht op het voorkomen van vertraging en geldverspilling.”
Hoe komt dat?
“We nemen aan de voorkant te weinig tijd om goed te doordenken wat er nodig is (in een bepaald gebied) en waar in de toekomst behoefte aan is. Het perspectief van de bouw is 3, 5, misschien 10 jaar, terwijl woningen in een woonwijk er met gemak 100 jaar staan. Dus je moet veel verder vooruitkijken.”
Oud-minister Hugo de Jonge zette zijn handtekening onder de bouw van jaarlijks 100.000 woningen. Deed hij daar verstandig aan?
“Onlangs hebben wij het nieuwe kabinet met het College van Rijksadviseurs geadviseerd om geen beloften te doen die ze niet kan waarmaken. De belofte om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, is er daar één van. Al dertig jaar lang komen we niet in de buurt van dit soort aantallen. Aan de andere kant geeft het wel urgentie aan.”
U komt deze zomer met een visie op volkshuisvesting. Wat komt daarin te staan?
“Dat het ministerie breder naar de woonopgave moet kijken. Het moet niet alleen over aantallen gaan, maar ook over het versterken van bestaande buurten.”
Is dat een antwoord op fabrieksmatige woningbouw?
“Nee, helemaal niet. Fabrieksmatige woningbouw wordt in de ontwerpsector vaak aangehaald als ‘problematisch’. Ik zou willen zeggen: zie het als kans. Industrieel bouwen is niet nieuw, gaat niet weg en zal zich de komende decennia verder ontwikkelen. De vraag is wel: hoe kun je de rijkdom hiervan inzetten om een grotere diversiteit in leefomgevingen te creëren? Dat is nadrukkelijk een ontwerpopgave.”
Wie gaat er iets merken van die visie op de Volkshuisvesting?
“Het feit dat er een visie verschijnt is al een belangrijke eerste stap…”
Omdat we maar wat aanrommelen nu?
“Nee. Maar omdat we als sector dus te weinig bezig zijn met het perspectief van volgende generaties. Of de visie nieuwe regels oplevert? Die vind ik ingewikkeld…”
Hoe kijkt u eigenlijk aan tegen het programma STOER (Schrappen, tegenstrijdige en overbodige eisen en regelgeving)?
“Ik ben niet tegen het schrappen van regels, maar wat ik er ingewikkeld aan vind: voor wie levert dit wat op? In de lezingen die ik geef, kom ik altijd met het voorbeeld van de plafondhoogte. De commissie STOER stelt een lagere hoogte voor. Maar ik vrees dat huurders en kopers niets gaan merken van eventueel lagere bouwkosten, terwijl de kwaliteit van hun woning er wel op achteruitgaat.”
Streeft u een soort paradijselijke volkshuisvesting na?
“Zeker niet. Met onze visie willen we de ondergrens van ‘goed wonen voor iedereen’ scherp en duidelijk krijgen.”
U zegt dat de bouwsector verder vooruit moet kijken. Wat betekent dat voor de woonopgave?
“De samenleving zal uit nog meer eenpersoonshuishoudens bestaan. Daarom moeten we ons nu al afvragen of we nog wel massaal eengezinswoningen moeten blijven bouwen, zoals we dat de afgelopen 6, 7 decennia deden. Ik denk dat we veel meer moeten nadenken over andere woonvormen, zoals friendswoningen. Dat zijn sociale huurwoningen waarin twee huishoudens wonen, een vorm van zachte splitsing.”
Uw periode als Rijksbouwmeester zit er bijna op. Bent u trots op wat u heeft bereikt?
“Dat zul je mij niet snel horen zeggen. Maar ik ben wel trots op het feit dat bewindspersonen onze adviezen (van het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs, red) omarmen en meenemen in hun overwegingen…”
U klinkt bijna als een politicus. Wordt u de nieuwe minister van Volkshuisvesting?
“Dat ambieer ik niet. Als Rijksbouwmeester kan ik onafhankelijk opereren. Dat is mij veel waard, want daardoor kan ik uitspraken doen die schuren en soms pijnlijk zijn, maar die de sector en samenleving wel verder helpen.”
Wat zou u de bouwsector willen meegeven?
“… Geef ruimtelijke ontwerpers, architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten een grotere rol. Bij uitstek zij hebben het vermogen om de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd goed te lezen en te duiden.”
Dit interview is gebaseerd op aflevering 15 van de podcast Bureau Stoer, powered bij het Bouw en Installatiecluster van de Jaarbeurs. Dat interview kun je hier terugluisteren.
