Opleiden van een nieuwe generatie enthousiaste restauratiedeskundigen en bouwhistorici Tekst: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip. Beeld: Jeroen Keuvelaar

De kracht van de tweejarige post hbo-opleiding Bouwhistorie & Restauratie aan de Hogeschool van Utrecht is: door het werkveld voor het werkveld. ‘Er is behoefte aan specialisten in de richtingen bouwhistorie en restauratie. Veel studenten zijn al werkzaam in de bouw en hebben een bouwkundige achtergrond. Dat is geen harde ‘must’ maar het is wel handig, onder andere vanwege het jargon.’

Wido Choufour rondde de opleiding vijf jaar geleden af in de richting bouwhistorie en is  naast zelfstandig bouwhistorisch onderzoeker ook cursusleider. ‘Als student heb je relatief lang de tijd in vergelijking met de praktijk om je in een gebouw/project te verdiepen. Mijn afstudeerbegeleider zei: geniet ervan, want dit kun je nooit meer zo uitgebreid doen. Toen ik de kans kreeg om cursusleider te worden, heb ik die gepakt. Zo blijf ik betrokken bij allerlei interessante projecten en kan ik samen met de vakdocenten bijdragen aan het opleiden van een nieuwe generatie enthousiaste restauratiedeskundigen en bouwhistorici.’

Praktijkcasussen

De tweejarige opleiding kent een gezamenlijk eerste jaar waarin de kennisbasis wordt gelegd het gebied van historische bouwmaterialen en -constructies en het verder ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden en het schrijven van (onderzoeks)rapporten. In het tweede jaar van de opleiding ligt de nadruk op de verdieping van de kennis en vaardigheden van de student in zijn/haar gekozen afstudeerspecialisatie (bouwhistorie of restauratie). Studenten werken gedurende de opleiding aan ‘echte’ praktijkcasussen. Wido: ‘We hebben goed contact met verschillende erfgoedorganisaties uit het werkveld, zoals bijvoorbeeld Vereniging Hendrick de Keyser en Stadsherstel Amsterdam’. Zij hebben vaak panden die als studieobject zeer geschikt en interessant zijn.’

Onderbouwde keuze

De studenten voeren waardestellend onderzoek uit of inventariseren de bouwkundige  staat ervan en doen voorstellen voor onderhoud/ herstel en restauratie. De nadruk ligt daarbij in de opleiding niet zozeer alleen op het kennen van de technische oplossingen, maar veel meer op het komen tot goede onderbouwde restauratiekeuzes. Dus: wat zijn de monumentale waarden van een pand, hoe maak ik op basis daarvan de juiste keuzes bij ingrepen en vervolgens: hoe zorg ik ervoor dat in de uitvoering de gewenste kwaliteit wordt geleverd?

Bouwhistorie

Bouwhistorisch onderzoek is de basis voor planvorming bij restauratie, onderhoud en herbestemming van een monumentaal gebouw. Daarbij zijn inzicht in de bouw- en gebruiksgeschiedenis, de gebruikte historische constructies en materialen en de nog aanwezige cultuurhistorische waarden nodig. ‘Vaak kun je aan de hand van de gebruiksgeschiedenis van een gebouw bouwkundige gebreken verklaren’, zegt Wido. ‘Het ‘verhaal’ van het gebouw kan daarnaast in de planfase als inspiratiebron dienen voor architect en andere betrokken partijen. De bouwhistoricus is dus zowel ‘bouwarcheoloog’ als ‘verhalenverteller’. Maar lang niet alle informatie is altijd voorhanden. Ik zeg wel eens dat bouwhistorisch onderzoek  puzzelen voor gevorderden is. Waarbij er vaak puzzelstukjes missen en je van te voren niet weet hoe de puzzel eruit komt te zien. Het komt dan ook voor dat we de puzzel niet helemaal kunnen leggen. Bij een gezamenlijk onderzoek in het kader van de opleiding van een grachtenpand aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam, waren er veel vragen bij de datering en plaats van een monumentaal trappenhuis De studenten (en ook de begeleidende docenten) hadden verschillende hypotheses, maar een definitieve conclusie kon nog niet getrokken worden. Naderhand is in het kader van de restauratie van het pand ook door een professionele marktpartij  bouwhistorisch onderzoek gedaan De conclusie van deze onderzoeker was ook, ‘we weten het niet’. Soms is dat zo.’

Restauratie

Bij de afstudeerrichting restauratie draait het ook om het behoud van monumenten. Dergelijke oude panden hebben in de loop van de jaren vaak een andere functie gekregen, soms zelfs meerdere malen. En soms staan ze lange tijd leeg, wachtend op een nieuwe gebruiker. Het is belangrijk om monumenten goed te ‘conserveren’ door tijdig onderhoud en waar nodig restauratie, maar daarbij moet ook het goed kunnen gebruik van een gebouw niet uit het oog verloren raken. Om een monument verantwoord te kunnen restaureren, is gespecialiseerde kennis en nodig op het gebied van historische constructies en materialen, hun specifieke schadegedrag, restauratietechniek en -ethiek, en planvorming.

Verduurzaming

Wido: ‘Tegenwoordig is verduurzaming ook niet meer weg te denken bij de omgang met monumenten. Het spanningsveld tussen de monumentale waarden van het gebouw aan de ene kant, en de eigentijdse gebruikerseisen en wensen aan de andere kant, garandeert een boeiend werkveld. Voor een restauratiedeskundige is het de uitdaging om al die kennis optimaal op elkaar af te stemmen in een goed onderbouwd onderhouds- of restauratieplan. Daarbij moet hij/zij rekening houden met zowel de wensen van de opdrachtgever, de eisen van de vergunningverlener en de monumentale waarden van het pand. We moeten zuinig zijn op ons gebouwde erfgoed!’

Ook interessant