Normaliter houdt architect en bouwbioloog Nathalie Groot Kormelink zich alleen bezig met het ontwerpen van gebouwen en renovaties. Maar sinds kort is ze ‘voor de grap’ met vriend Jan Willem een schuur aan het bouwen. ‘Ik loop tegen dingen aan waar ik nooit zo over na had gedacht.’
Nathalie, je bouwt een schuur?!
“Ja, Jan Willem wilde een schuur, of eigenlijk: een plek waar hij zijn werkzaamheden als meubelmaker kan uitvoeren. Een werkplaats dus. Het is best moeilijk om in deze tijd een aannemer of timmermensen te vinden, en bovendien is arbeid de grootste kostenpost bij zo’n project. Toen zei ik voor de grap: ‘laten we het dan zelf doen’. Hij is handig, ik ben handig. En dus zijn we nu, tussen de bedrijven door, bezig om in een tuin achter een huis in een Enschedese woonwijk een schuur te bouwen. En dat doen we met heel veel plezier.”
Jullie bouwen volgens de richtlijnen van de bouwbiologie, wat zijn die ook alweer?
“Vanuit de bouwbiologie zijn er 25 richtlijnen opgesteld als uitgangspunt voor een gezonde, natuurlijke, duurzame en mooie leefomgeving. Deze richtlijnen zijn verdeeld in vijf hoofdthema’s: binnenklimaat, bouwmaterialen en inrichting, ontwerp en architectuur, milieu/energie/water, en eco-sociale leefomgeving. Bouwbiologie kenmerkt zich door een integrale aanpak, want alles houdt verband met elkaar. Samenvattend kun je zeggen dat bouwbiologie de relatie tussen architectuur, cultuur, milieu en mens centraal stelt.”
Was Jan Willem gelijk ‘in’ voor die aanpak?
“We hebben het uitgebreid besproken van tevoren. Jan Willem gaat de schuur als werkruimte gebruiken. Dat betekent dat hij er veel tijd per week in verblijft. Dan is het fijn om een prettig binnenklimaat te hebben. Het kost qua materialen (alles biobased) wel wat meer, maar hij zag onmiddellijk de meerwaarde, zowel voor zijn eigen gezondheid en welbevinden als voor het milieu. De ruimte wordt nu als werkplaats ingericht, maar zou – met wat aanpassingen – in de toekomst bijvoorbeeld prima als tiny house of kangoeroewoning kunnen fungeren.”
Voldoet het echt voor 100% aan de regels van de bouwbiologie?
“De isolatie van het dak helaas niet. Op een plat dak kun je (nog) niet echt goed uit de voeten met biobased materiaal. Dat heeft met condensvorming te maken. Je moet ervoor zorgen dat het dauwpunt verschuift zodat er geen vocht in het materiaal komt. We moesten daarom naast de isolatie met houtvezel een laagje PIR toevoegen. In totaal is de isolatie zo’n 25 centimeter dik.”
Verloopt de bouw volgens plan?
“We hebben geen deadline gelukkig en kunnen het werk zelf plannen. Jan Willem heeft soms hulp van zijn vader, en dan schiet het opeens op. En regent het, dan gooien we een dekzeil over het dak (want het is nog niet waterdicht) en stellen we de werkzaamheden uit. We zijn al heel ver. Het EPDM is op het dak wel geplakt, maar de randen moeten nog afgewerkt. En dan gaan we de gevels met Douglas hout bekleden. Dat is het mooiste deel, want daarmee krijgt het bouwwerk zijn eigen gezicht.”
Wat zijn/waren lastige punten?
“Niet lastig maar spannend, zou ik willen zeggen. Dat was bijvoorbeeld om de lange wanden overeind te krijgen. We hadden ze voor het gemak horizontaal liggend geprefabt, maar ze moesten nog wel rechtop gezet. Ze waren enorm zwaar dus we hebben wat buurmannen opgetrommeld om te helpen. En dan moet het allemaal precies passen, ook spannend. Dat was gelukkig het geval.”
Hoe zit het met de footprint?
“Die is heel bescheiden. We hebben waar mogelijk voor biobased materialen gekozen, waaronder houtvezel om mee te isoleren, vurenhout voor de hsb-wanden, en Agepan platen als waterdichting aan de buitenzijde. De kozijnen zijn van Meranti en we hebben voor triple glas gekozen. Een no-brainer, omdat dat maar een paar tientjes duurder was. Om de bodem zo weinig mogelijk te verstoren zijn zes metalen schroefpalen geplaatst die als fundering dienen. Dat is het enige dat we niet zelf hebben gedaan trouwens, dat deed een specialistisch bedrijf. Het hele bouwwerk is – onder andere door dit type fundering – heel gemakkelijk weer te demonteren en te verplaatsen. Het is eigenlijk roerend goed, net als vroeger, toen boeren hun schuren soms verplaatsten of zelfs meenamen.”
Zou je andere architecten aanraden om zelf te bouwen?
“Absoluut, want je leert er veel van. Ik had al wel wat ervaring opgedaan bij de bouw van mijn eigen schuur en veranda, samen met een timmerman, maar dit project hebben we helemaal zelfstandig gedaan. Ik loop tegen dingen aan waar ik nooit zo over na had gedacht. Ik teken natuurlijk waar een kozijn in een wand komt, maar zo’n constructie zelf plaatsen is echt een ander verhaal. En dus kregen we het eerste kozijn niet in een keer op zijn plek; te krap gemeten. We hebben geprobeerd om met de schuurmachine wat ruimte te maken. Dat ging niet. Vervolgens gaf Jan Willem met een hamer een flinke klap op de wand en toen lukte het. En nog iets: EPDM, heeft dat een boven- en een onderkant? Ik wist het niet, maar ik heb genoeg contacten aan wie ik dingen na kan vragen. Dit bouwwerk vordert misschien niet snel, maar dat hoeft ook niet. Feit is wel dat we iedere keer als we eraan werken ontzettend vrolijk worden.”
Over Vrolijk Bouwnieuws
Heb jij nieuws waar je vrolijk van wordt? En wil je dat delen met de rest van de wereld? Aarzel niet, breng het onder onze aandacht en mail de redactie.
Op zoek naar meer Vrolijk Bouwnieuws? Dat vind je hier.
Lees ook:
