Als ik bij de NEPROM vandaan kom, rijd ik op de Binckhorstlaan in Den Haag langs BoogieWood, vlak bij de Victory Boogie Woogietunnel. Het gebouw groeit boven op een bestaande parkeergarage. Daardoor lukt het me nooit om er gedachteloos voorbij te rijden. Iedere keer kijk ik omhoog en denk ik: hoe krijgen mijn collega’s dit in vredesnaam voor elkaar?
Wordt dit het grootste CLT-woongebouw van Europa? Misschien. Dat zou mooi zijn, maar een record is vooral leuk voor op een bouwbord. Het echte verhaal is interessanter.
Luister hier naar Pim van Meer die deze column voorleest
BoogieWood is een gestoord project, in de beste zin van het woord. Bijna niets is hier vanzelfsprekend. De garage staat er al, heeft een eigen structuur en bepaalt waar de krachten naartoe kunnen. Wat erbovenop komt, moet zich aanpassen. Zo’n garage is een beetje als een eigenwijze collega: je kunt er van alles van vinden, maar je moet er wel mee samenwerken.
En dan is er de wind. Hoe hoog kun je hier verantwoord bouwen? Dat bepaal je niet met een natte vinger en een optimistische schets. Digitale windsimulaties hielpen het team de maximale bouwhoogte te bepalen. Het model was dus geen plaatje achteraf, maar gereedschap voor een wezenlijke ontwerpkeuze.
CLT
Boven de garage komt een gebouw van prefab CLT-onderdelen: kruislings verlijmde houten elementen die vooraf worden gemaakt. Ook de badkamers komen kant-en-klaar aan. Een ventilatiebuis kan op de bouwplaats niet opeens bedenken dat hij liever twintig centimeter naar links wil. Alles moet vooraf kloppen: in de woning, in de houten constructie en in het gebouw op die onverzettelijke garage.
Onlangs zat ik bij een sessie met collega’s uit het project. Het ging over iets fundamentelers dan standaarden en modellen: het ging over wie wat levert, wie besluit en welke informatie heeft de ander nodig om verder te kunnen?
Wat me bijbleef, was dat iedereen keek vanuit een eigen vak en verantwoordelijkheid, maar dat ze wisten welke informatie de ander nodig had. In één gezamenlijk 3D-model kregen de garage, woningen, installaties en CLT-elementen hun plek. Verschillende belangen werden niet weggepoetst; ze werden passend gemaakt.
Geen hippe visualisaties
Niemand hield een betoog over BIM. Niemand legde uit dat digitalisering belangrijk is. Ze deden gewoon het werk dat nodig was om het gebouw te laten kloppen. Dat vond ik het sterkste moment: geen hippe visualisatie, maar mensen die genoeg van elkaars werk begrepen om samen verder te komen.
Het grotere verhaal zit voor mij daarom niet in hout, hoogte of een Europees record. Het grotere verhaal ontstaat wanneer mensen hun kennis op tijd delen en hun informatie op elkaar afstemmen. Omdat het gebouw anders simpelweg niet past. Misschien geldt dat voor veel meer dan bouwen: vooruitgang begint waar we ophouden ons eigen stukje te verdedigen en nieuwsgierig worden naar wat de ander nodig heeft.
Ik had tijdens die sessie weinig toe te voegen. Voor een directeur digitalisering is dat even wennen. Maar terwijl ik luisterde, voelde ik een rare vorm van trots. Misschien weet je dat verandering wortel heeft geschoten wanneer niemand er nog een verhaal over hoeft te houden, omdat iedereen haar al gebruikt om zijn werk beter te doen.
