Tijdens de Dag van de Projectontwikkeling kreeg ik de Gouden Tapir uitgereikt. Ludiek bedoeld. En dat was het ook. Maar wel op zo’n manier dat ik tegelijk in het zonnetje werd gezet én een beetje voor het blok stond. Onvoorbereid kwamen er grappige vragen op me af, en daar stond ik dan. Met een bek vol tanden. Of in ieder geval: zo voelde het.
En precies op dat moment viel me iets op wat ik een paar weken eerder ook al bij collega’s had gezien. Ik ben iemand die manieren heeft gevonden om kennis te delen.
Niet één manier. Meerdere. Soms doe ik dat in een knoppencursus met de vlaggendragers. Soms in een handleiding. Soms in een intern bericht. Nu in een extern stuk. Soms op een podium. Ik kijk gewoon welke vorm het meest efficiënt is. Wat werkt. Wat blijft hangen. Wat mensen nodig hebben om in beweging te komen.
Maar die Gouden Tapir maakte me opnieuw duidelijk dat dat podium voor mij geen natuurverschijnsel is. Het is een aangeleerd trucje. En dat is misschien wel belangrijker dan mensen denken. Er zijn namelijk mensen die geboren lijken voor een podium. En er zijn mensen die inhoudelijk minstens zo sterk zijn, soms veel sterker, maar die het podium helemaal niet als vanzelfsprekend zien.
Neem mijn collega Timo Knibbe.
Wij werden recent voor een magazine geïnterviewd over AI binnen VORM Ontwikkeling. Timo vond dat spannend. En ik dacht oprecht: hoe kan jij dit nou spannend vinden? Jij weet op sommige onderdelen van AI voor tenders gewoon meer dan ik en de mensen om ons heen. Maar juist daar zag ik iets wat veel voorkomt: inhoud en zichtbaarheid zijn niet hetzelfde vak. Een tijdschriftinterview is nog de vriendelijke variant. Een podium is spannender. En een podium vol specialisten die jou inhoudelijk kunnen fileren, is helemaal een ander spel.
Of neem Paul Strokap.
Paul is voor mij één van die mensen die de moeilijke en complexe dingen doet. Hij is jarenlang een leermeester voor mij geweest, net als Mark van Stijn. Inmiddels werken we samen in een andere vorm, maar ik herken nog steeds hoe veel van mijn eigen basis bij hen vandaan komt. Bij Paul zie ik heel scherp dat frustratie soms juist ontstaat bij mensen die de inhoud het beste beheersen. Paul loopt voor mij en voor anderen vaak de gaten dicht. Hij ziet de complexiteit, doorgrondt de logica en bewaakt de diepte. Maar precies dat type specialist is niet altijd gewapend voor de politieke strijd die er óók bij hoort. En misschien is dat wel waarom wij zo’n goede combinatie zijn: ik trek het soms naar buiten, terwijl hij het van binnen sluitend maakt.
En dan is er Mark van Stijn.
Mark is zo’n zeldzame, bescheiden, senior vent die eigenlijk moeilijk te plaatsen is in het landschap van de snelle, wilde, innovatieve ontwikkelaar. Hij is vriendelijk, vrolijk, loyaal en helpt zijn collega’s altijd. Niet met het verbaal geweld waar ik het van moet hebben, maar met rust, betrouwbaarheid en kwaliteit. En misschien zit daar juist wel iets pijnlijks in: zulke mensen krijgen niet automatisch het podium dat ze verdienen. Omdat de wereld vaak sneller reageert op volume dan op degelijkheid. Terwijl ik oprecht denk dat mensen als Mark de keten vaak bij elkaar houden zonder daar ooit voldoende erkenning voor te krijgen.
Dat is voor mij de kern van deze column. De combinatie van inhoud hebben en die inhoud over kunnen dragen is zeldzaam. Veel zeldzamer dan we in de keten doen voorkomen.
Ik werk met briljante mensen. Binnen VORM, buiten VORM, bij de NEPROM, bij bouwers, bij woningcorporaties, bij adviseurs. Er lopen in deze sector echt fantastische specialisten rond. Mensen die meer weten dan ik, slimmer zijn op hun onderwerp dan ik ooit zal worden, en inhoudelijk goud in handen hebben.
Maar kijk dan even naar mij. Zie wat voor verbaal geweld er blijkbaar nodig is om andere partijen uit te leggen hoe het kan. Dat is niet omdat mijn inhoud altijd beter is. Dat is omdat ik me heb aangepast aan de werkelijkheid dat kennis alleen impact krijgt als zij landt.
En dat is een ongemakkelijke waarheid voor veel vlaggendragers en enthousiastelingen. Hoe geniaal je idee ook is: als je niet begrepen wordt, gebeurt er niks. En als jij geen manier vindt – of liever: meerdere manieren vindt – om je kennis over te dragen, dan blijf je gefrustreerd achter met een goed idee dat niemand oppakt.
Ik ken echt een hoop mensen die inhoudelijk verder zijn dan ik, maar gefrustreerd raken omdat ze niet begrepen worden. En dat snap ik. Zeker als je materie complex is. Maar als je naar mij kijkt, zie je eigenlijk het tegenovergestelde bewijs: ik moet het vaak minstens tien keer uitleggen. In een andere vorm. Met een andere toon. Voor een ander publiek. Met grapjes. Zonder grapjes. Op papier. In een zaal. In een één-op-één gesprek.
Dus nee, je mag niet verbaasd zijn als mensen jouw complexe materie niet begrijpen nadat jij het drie keer stevig hebt uitgelegd zonder resultaat. Dat is niet per se een teken dat zij dom zijn of dat jouw idee niet goed genoeg is. Het betekent vaak alleen dat jij nog niet de juiste vorm hebt gevonden om het over te dragen.
Fileermoment
Niet iedereen hoeft op een podium te staan.
Maar iedereen die de status quo wil veranderen, moet een manier vinden om begrepen te worden.
Een goed idee dat niet landt, is in de praktijk gewoon stilte met potentie.
En stilte lost geen moer op.
